Traject 2

Onderzoeksvraag vanuit de opleiding

De opleiding SRW is steeds op zoek naar input uit de praktijk om als opleiding verder op in te kunnen zetten. Binnen dit kader heeft SRW als opleiding een aantal onderzoeksvragen vooropgesteld waarop zij graag, in afstemming met de praktijk, antwoord wil. De resultaten van BAP’s binnen dit traject worden meegenomen in concrete OPO’s de volgende academiejaren.


Hieronder vind je een aantal onderzoeksthema’s die vertrekken vanuit een vraag van de opleiding SRW. De stageplaats fungeert hierbij meestal als onderzoekscontext: zij moeten akkoord gaan dat je rond dit thema en met de aanwezigen op de stageplaats (begeleiders, leerkrachten, ouders, kinderen, jongeren, …) aan de slag gaat.


Om het overzichtelijk te houden, hebben we deze onderzoeksthema’s volgens leerlijn geclusterd.

1. Groepsdynamica: wat gebeurt er onder de oppervlakte?

Wanneer interessant voor jouw stageplaats?

Je merkt dat gedrag in groep anders is dan individueel: jongeren lokken elkaar uit, sluiten iemand uit of vormen subgroepen. Soms lijkt het alsof de groep bepaalt wat er gebeurt, eerder dan de begeleider. Groepsdynamiek gaat niet alleen over “problemen oplossen”, maar over het begrijpen van processen: erbij horen, macht, rolverdeling, veiligheid… Als begeleider beïnvloed je deze processen voortdurend (vaak onbewust).


Wat onderzoek je dan concreet?

  • Hoe ontstaan rollen (leider, volger, buitenstaander…) in onze leefgroep?
  • Welke interventies versterken of verzwakken de klasgroepen in onze school?
  • Hoe creëer je een veilig klimaat waarin iedereen mee kan doen in de kinderopvang?


Voorkennis vanuit SRW?

Groepsdynamica


Relevant voor welke stageplaatsen?

Groepen moeten aanwezig zijn (onderwijs, KDV, leefgroepen,...)

2. Doen wat we zeggen – zeggen wat we doen

Wanneer interessant voor jouw stageplaats?

Je merkt dat er een duidelijke visie is (bv. verbindend werken), maar dat het in de praktijk niet altijd lukt om die consequent toe te passen. Pedagogisch handelen gebeurt onder tijdsdruk, in complexe situaties en met emoties. Daardoor ontstaat er soms een verschil tussen intenties en wat effectief gebeurt. Als professional reflecteer je over die spanning en zoek je hoe de visie meer zichtbaar en haalbaar kan worden in het dagelijks handelen.


Wat onderzoek je dan concreet?

  • Waar zie je de visie van onze werking concreet terug?
  • In welke situaties wijkt men af van de visie van de school?
  • Wat maakt het moeilijk om consistent te handelen volgens de visie van onze organisatie?


Voorkennis vanuit SRW?

  • Pedagogie inleiding
  • Complexe opvoedingssituaties
  • Beleidsthema’s in de jeugdhulp


Relevant voor welke stageplaatsen?

Dit topic staat open voor elke stageplaats.

3. Taalrijk werken: hoe werkt taal in opvoeding?

Wanneer interessant voor jouw stageplaats?

Je merkt dat kleine dingen (hoe je spreekt, benoemt, reageert) een groot effect hebben. Taal is niet enkel een middel om informatie te geven, maar een manier om relatie op te bouwen, emoties te reguleren en participatie mogelijk te maken. In elke context is taal een pedagogisch instrument.


Wat onderzoek je dan concreet?

  • Hoe gebruiken begeleiders van onze leefgroep taal bij conflicten?
  • Hoe helpt taal bij emotieregulatie van de kleuters op mijn school?
  • Hoe gaat de organisatie van opvoedingsondersteuning om met meertaligheid?


Voorkennis vanuit SRW?

  • Pedagogie inleiding.
  • Sociale inclusie en diversiteit.


Relevant voor welke stageplaatsen?

Dit topic staat open voor elke stageplaats.

4. Stem van kinderen in redelijke aanpassingen op school.

Wanneer interessant voor jouw stageplaats?

Je merkt dat beslissingen over redelijke aanpassingen vaak gemaakt worden door leerkrachten, ouders en zorgteams, terwijl de stem van het kind minder zichtbaar is. Kinderen krijgen ondersteuning, maar hebben niet altijd inspraak in wat voor hen werkt. Redelijke aanpassingen gaan niet alleen over wat nodig is om mee te kunnen, maar ook over hoe kinderen dit zelf ervaren en begrijpen. Hun perspectief biedt belangrijke inzichten in wat helpt, wat moeilijk is en hoe aanpassingen beleefd worden in de klasgroep. Als professional creëer je ruimte om kinderen actief te betrekken, hun stem te horen en mee te nemen in beslissingen over hun ondersteuning.


Wat onderzoek je dan concreet?

  • Hoe worden kinderen betrokken bij beslissingen rond hun redelijke aanpassingen?
  • In welke mate weten kinderen wat hun aanpassingen zijn en waarom ze die krijgen?
  • Wat vinden kinderen zelf helpend of net moeilijk aan hun aanpassingen?
  • Hoe ervaren kinderen autonomie in het meebeslissen over hun ondersteuning?
  • Hoe kijken kinderen terug op eerdere redelijke aanpassingen?
  • Hoe reageren klasgenoten op redelijke aanpassingen en hoe ervaren kinderen dat?
  • Wat helpt om de stem van kinderen sterker te integreren in het zorgproces?
  • Welke spanningen ontstaan er tussen perspectieven van kind, ouders en school?


Voorkennis vanuit SRW?

  • Pedagogie (inleiding)
  • Sociale inclusie en diversiteit
  • Recht voor welzijnswerkers


Relevant voor welke stageplaatsen?

Onderwijscontexten (lager, secundair, buitengewoon onderwijs), CLB, zorgwerking op school.

5. Jeugdhulp en armoede

Wanneer interessant voor jouw stageplaats?

Je merkt dat sommige gezinnen met andere zorgen zitten dan enkel opvoeding (geld, wonen, stress). Armoede beïnvloedt alle aspecten van het leven en dus ook opvoeding en gedrag. Het vraagt dat je verder kijkt dan individueel gedrag en oog hebt voor structurele factoren.


Wat onderzoek je dan concreet?

  • Hoe beïnvloedt armoede dagelijkse keuzes van de ouders in onze organisatie?
  • Hoe gaan begeleiders uit onze werking hiermee om?
  • Waar botsen verwachtingen en realiteit?


Voorkennis vanuit SRW?

  • Sociologie
  • Pedagogie
  • Recht voor welzijnswerkers


Relevant voor welke stageplaatsen?

 Dit topic staat open voor elke stageplaats.

6. Transdisciplinair werken

Wanneer interessant voor jouw stageplaats?

Je merkt dat samenwerken met andere professionals of diensten niet vanzelf loopt. Verschillende visies en werkwijzen botsen soms. Samenwerking tussen disciplines betekent dat verschillende logica’s, talen en verwachtingen samenkomen. Dat kan spanning geven, maar ook nieuwe inzichten opleveren. Als professional leer je afstemmen, communiceren en bruggen bouwen tussen verschillende perspectieven.


Wat onderzoek je dan concreet?

  • Hoe verloopt samenwerking tussen verschillende disciplines concreet?
  • Waar zitten spanningen in het samenwerken tussen bijvoorbeeld de leefgroepbegeleiders en de medische equipe?
  • Wat helpt om beter af te stemmen?

 

Voorkennis vanuit SRW?

  • Pedagogische lijn
  • Beroepspraktijk


Relevant voor welke stageplaatsen?

Dit topic staat open voor elke stageplaats waar er met andere disciplines samengewerkt wordt (school-jeugdhulp; psychiatrie – pedagogie,....)

7. Verwachtingen in samenwerking met ouders

Wanneer interessant voor jouw stageplaats?

Je merkt dat ouders en professionals soms anders kijken naar opvoeding en ontwikkeling. Dat kan tot spanningen leiden. Er bestaan impliciete verwachtingen over wat “goede opvoeding” is, maar die zijn niet voor iedereen haalbaar of hetzelfde. Als professional maak je deze verwachtingen bespreekbaar en werk je aan vertrouwen en samenwerking met ouders.


Wat onderzoek je dan concreet?

  • Ouders en professionals kijken vaak anders naar situaties. Dat kan spanning geven, maar ook kansen voor samenwerking.
  • Welke verwachtingen hebben ouders van een KDV of kleuterschool?
  • Wat bevordert vertrouwen en wat maakt samenwerking moeilijk?


Voorkennis vanuit SRW?

  • Pedagogische lijn


Relevant voor welke stageplaatsen?

Dit topic staat open voor stageplaatsen binnen onderwijs en kinderopvang.

8. Een goede opvoeder is…

Wanneer interessant voor jouw stageplaats?

Je merkt dat begeleiders vaak intuïtief handelen zonder altijd te kunnen uitleggen waarom. Toch werkt dat handelen vaak goed. Professionals gebruiken veel impliciete kennis: ervaringen, gevoel en inschattingen die moeilijk onder woorden te brengen zijn, maar wel richting geven aan hun handelen. Als professional leer je deze kennis herkennen, delen en expliciteren om samen te groeien in kwaliteit.


Wat onderzoek je dan concreet?

  • Hoe gebruiken begeleiders impliciete kennis in dagelijkse interacties met jongeren in leefgroep X?
  • In welke situaties komt impliciete kennis het sterkst naar voren in de praktijk van begeleiders?
  • Hoe hebben begeleiders hun impliciete kennis ontwikkeld binnen deze voorziening?
  • Op welke manieren wordt impliciete kennis gedeeld tussen collega’s in teamvergaderingen en dagelijkse samenwerking?


Voorkennis vanuit SRW?

  • Beroepspraktijk


Relevant voor welke stageplaatsen?

Dit topic staat open voor studenten in leefgroepwerking.

9. Opvoeding en tijd

Wanneer interessant voor jouw stageplaats?

Je merkt dat ouders het vaak druk hebben en dat tijd in het gezin onder spanning staat, zeker tijdens overgangsmomenten zoals opstaan, vertrekken of gaan slapen. Tegelijk proberen ouders ruimte te maken voor afstemming, autonomie en verbinding met hun kind. Tijd is niet alleen iets praktisch, maar krijgt betekenis in opvoeding: het bepaalt tempo, verwachtingen en interacties tussen ouders en kinderen. Verschillen in tijdsbeleving kunnen zorgen voor spanning, maar ook voor afstemming en groei. Als professional leer je kijken naar hoe ouders tijd organiseren en beleven, en hoe dit hun opvoedingskeuzes beïnvloedt.


Wat onderzoek je dan concreet?

  • Hoe ervaren ouders tijd in hun dagelijkse opvoedpraktijk?
  • Hoe beschrijven ouders het verloop van een gewone dag?
  • Op welke momenten ervaren ouders tijdsdruk of rust?
  • Hoe begeleiden ouders overgangsmomenten (bv. ochtend, bedtijd)?
  • Welke momenten verlopen moeilijk en waarom?
  • Hoe gaan ouders om met weerstand of vertraging van kinderen?
  • Welke strategieën gebruiken ouders (aankondigen, versnellen, wachten…)?
  • Hoe geven ouders betekenis aan wachten en vertraging in opvoeding?
  • Hoe zoeken ouders balans tussen structuur en flexibiliteit?
  • Welke routines helpen en wanneer werken ze niet?
  • Hoe gaan ouders om met verschillen in tempo tussen henzelf en hun kind?
  • Wat betekent dagelijkse drukte voor hun beleving van opvoeding?


Voorkennis vanuit SRW?

  • Pedagogie (inleiding)
  • Sociologie
  • Beroepspraktijk


Relevant voor welke stageplaatsen?

Dit topic staat open elke stageplaats.

10. Eerste 1000 dagen: verwachtingen, druk en realiteit

Wanneer interessant voor jouw stageplaats?

Je merkt dat er veel nadruk ligt op het belang van de eerste levensjaren van een kind. Dat zorgt ervoor dat zowel ouders als professionals hoge verwachtingen ervaren. Dit dominante discours beïnvloedt hoe opvoeding en zorg worden ingevuld. Het kan leiden tot druk, onzekerheid en spanningen tussen ouders en kinderopvang. Tegelijk opent het vragen over wat haalbaar en wenselijk is in dagelijkse praktijk. Als professional ga je kritisch kijken naar deze verwachtingen en zoek je naar manieren om ouders en collega’s te ondersteunen vanuit vertrouwen en realistische perspectieven.


Wat onderzoek je dan concreet?

  • Hoe ervaren ouders en kinderbegeleiders de druk rond de eerste 1000 dagen?
  • Welke verwachtingen leven er over “goede” opvoeding in deze periode?
  • Waar botsen verwachtingen tussen ouders en professionals?
  • Hoe beïnvloedt dit discours het dagelijks handelen in kinderopvang?
  • Wanneer worden verwachtingen als helpend of net belastend ervaren?
  • Welke alternatieve benaderingen zijn mogelijk?
  • Hoe kan er meer ruimte komen voor vertrouwen en gedeelde verantwoordelijkheid?


Voorkennis vanuit SRW?

  • Pedagogie
  • Sociologie
  • Beleidsthema’s


Relevant voor welke stageplaatsen?

Kinderopvang (KDV), gezinsondersteuning, contexten met jonge kinderen en ouders.